Isabel Halvax:
Wij woonden op Curaçao en zagen de familie in Nederland niet zo vaak.
Toen mijn ouders het samen moeilijk hadden, woonden mijn moeder, mijn zusje Gabriel en ik een tijdje in Nederland, waar mijn broer Jan Julius al studeerde.
In die tijd kreeg mijn moeder geelzucht en werd ze goed verzorgd door tante Nel, thuis in Amstelveen, waar ik ook tijdelijk onderdak vond. Zoals mijn moeder al aangaf, bleek ook toen hoe zorgzaam tante Nel was.
MIJN tante Nel, die woonde in Amstelveen, mijn geboortestad. Mijn tante Nel, die "dropje" zo smakelijk kon zeggen dat het water mij in de mond liep. Drop hadden we niet vaak in Curaçao maar ik hoefde maar aan tante Nel te denken en ik kon de zoute drop al proeven! Tot in het Molenweijdtje heeft ze het voor me willen zeggen.. Als dank poetste ik dan de zeepresten van de groene steen in haar ring, de zeedruppel tussen de trouwringen. Iedere keer als ik haar zag. Dat waren mijn speciale momenten met mijn tante Nel....
Toen we dus een tijdje in Nederland woonden, zat ik in de zesde klas van de Vrije School, waar we dagelijks de schooldag begonnen met een spreuk, die ik nu nog vaak voor ik slapen ga in gedachten opzeg.
Deze spreuk is voor mij bijzonder en gisteren besefte ik mij ineens weer dat de spreuk is verbonden met De Tijd van tante Nel.
Ik zie rond in de wereld
Waarin de zon haar licht zendt
Waarin de sterren fonkelen
Waarin de stenen rusten
De planten levend groeien
De dieren voelend leven
Waarin de mens bezield
Haar geest een woning geeft.
Dag lieve tante Nel!
Dubbelklik op het filmpje...